Demonstratie in Leeuwarden tegen ‘omvolking’ roept demonstratie tegen extreemrechts op. ‘Ik ben geschokt’

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in de Leeuwarder Courant op 11 april 2026.

Niet een, maar twee demonstraties waren zaterdagmiddag tegelijk gaande voor het Gerechtsgebouw in Leeuwarden. Dat hadden niet alle passanten meteen in de gaten.

Nieuwsgierig houdt een dame met een hondje halt voor de trappen van het Hof. In mum van tijd proberen twee groepen demonstranten haar te overtuigen van hun eigen gelijk. Marjo, zo heet ze,  hoort hen geamuseerd aan en mengt zich met verve in de discussie. Dan loopt ze door.

„Ik tocht: hee, dit giet om fassisme, dêr moatte wy it efkes oer ha”, vertelt ze een stukje verderop. Schaterend: „Mar ik hie earst net yn ’e gaten dat it twa ferskillende groepen wienen.”

De ene groep bestaat uit drie jongemannen die vrezen dat witte mensen worden weggevaagd door bewuste ‘omvolking’. Ze komen uit de Randstad zeggen ze, en ze hebben van de burgemeester toestemming om tot vijf uur te demonstreren.

Op hun witte doek staat: ‘white lives matter’ en ‘stop omvolking’. Een van hen, met een pet op, heeft in de ‘aanpak radicalisering’ gezeten, vertelt hij. Hij maakt zich grote zorgen: „We worden als groep verdrongen. Van ons wordt een mislukt seksleven verwacht.”

Milde Marjo

De tweede groep kreeg lucht van de demo en repte zich spontaan met een megafoon, een geluidsbox en antinazistische leuzen naar het Zaailand voor een tegengeluid. Het is een allegaartje van antifascisten, communisten, anarchisten en socialistische jongeren.

Een van hen, gemaskerd met een rode lap, zegt over de mannen achter het witte spandoek: „Ze propageren intolerantie ten opzichte van bepaalde groepen onder het mom van vrijheid van meningsuiting. Maar over mensenrechten kun je niet debatteren.”

Milde Marjo ziet meer overeenkomsten dan verschillen tussen beide groepen: „It binne allegear minsken dy’t op harren eigen manier de wrâld better meitsje wolle. Dat is allinnich mar moai.”

Geschokte toerist

Daar denkt toerist Johnny uit Amsterdam, een man met een Hongkong-achtergrond, totaal anders over. „Ik ben geschokt. ‘Stop omvolking’ is duidelijk nazistisch. Dit is tegen de grondwet. Onbegrijpelijk dat de politie niet optreedt.”

Op last van burgemeester Sybrand Buma grijpt de politie om kwart voor vier toch in. De twee groepen staan te dicht op elkaar, het risico op escalatie is te groot, verklaart de politieman die de leiding heeft. Hij dirigeert de tegendemonstranten 30 meter richting plein.

Daar staan drie zwarte jongens stil te kijken. „Dit is absoluut gek’’, zegt Martim, die in Portugal is geboren. „Het is 2026 en we zitten nog steeds met nazi’s.” Heel even had hij een weerwoord overwogen. „Maar ik durf niet naar ze toe.”

„Ik vind ze een beetje eng”, zegt een lichtgetint meisje dat met drie witte vriendinnen staat te kijken. Aanvankelijk krijgt ze geen bijval. „Ik sta er neutraal in”, zegt een van de vriendinnen. Dan, aarzelend: „Maar het is een beetje raar om te zeggen dat witten beter zijn dan anderen.”

‘Pijnlijk’

Romeo Haas heeft mee staan luisteren en breekt in. In 20 seconden ratelt hij twee eeuwen familiegeschiedenis af. Joods, Indisch, Surinaams, Duits en nog een paar andere smaken. „Ik heb geluk gehad. Ik ben opgegroeid in een multi-etnische omgeving in Suriname. We kenden geen labels, alleen voornamen.”

„Weet je, ik vind dit wel een beetje pijnlijk, zoals die twee groepen tegenover elkaar staan en naar elkaar schreeuwen. De kracht van Nederland is toch dat wij het vermogen hebben met elkaar in debat te gaan. Ze generaliseren beide. Het is beter als ze zoeken naar iets gemeenschappelijks. Ergens is altijd wel een klein ‘common groundje’ te vinden.”

De demonstratie loopt op zijn eind. Een wandelaar steekt een middelvinger op tegen het witte spandoek. Gejuich aan de Zaailandkant. Dan dendert een man op een scooter voorbij. Hij geeft de tegendemonstranten zijn middelvinger. Nu klinkt gejoel aan de andere zijde.