9 februari 2026
Een onuitvoerbare en daarom gevaarlijke stap, stelden veel experts over het voorgenomen verbod op ‘antifa’, want ‘antifa’ is geen organisatie. Het is hooguit een parapluterm voor antifascistisch gedachtengoed en activisme, dat vele vormen kan aannemen. Soms, niet altijd, gaat het om tegedemonstraties in gezichtsbedekkende kleding. Ook daar is een wetsvoorstel tegen ingediend. Bovendien wil de nieuwe coalitie burgemeesters het verbod op gezichtsbedekkende kleding meer gaan handhaven.
Antifascisme kan vele vormen aannemen, bekend zijn de tegendemonstraties tegen extreemrechts. Maar ook stickeracties komen veel voor, en niet onbelangrijk: inhoudelijke acties, zoals informatievoorziening of briefacties aan gemeenten of andere instellingen. Wie zijn de mensen die zich actief verzetten tegen het fascisme? En hoe ziet antifascisme er volgens hen uit?
‘We willen dat de buurvrouw met kinderen ook mee durft te demonstreren’
Sanne (39) is activist, medeoprichter van Mokum tegen Fascisme en masterstudent scheikunde. Ze houdt haar achternaam privé voor haar veiligheid.
Al sinds mijn studententijd protesteer ik tegen extreemrechts. Ik ben opgevoed door communisten, mijn opa was actief in het verzet en het werd aangemoedigd om de straat op te gaan. Mijn moeder heeft vroeger tegenover de NVU gestaan, een oude neonazistische club die nog steeds actief is; ik sta nu wel eens tegenover ze bij azc’s en anti-migratieprotesten. Je ziet vaak dat fascistische organisaties de straat op gaan als ze het gevoel hebben dat ze winnen, dat ze met genoeg zijn. Dat punt hebben ze nu bereikt, daar schrik ik wel van.
Het doel van onze acties is vaak dat we willen voorkomen dat extreemrechts ongehinderd door de stad kan lopen. Dat lukt niet altijd, maar dan staat er op zijn minst een tegengeluid tegenover. Zelf zal ik geen geweld uitlokken, maar het idee onder antifascisten is wel: als er klappen vallen, dan loop je niet weg. Je moet bereid zijn om jezelf te verdedigen, anders loop je gevaar. Ik heb weleens confrontaties meegemaakt en blauwe plekken gehad. Als ik weet dat die kans groot is, draag ik gezichtsbedekking voor mijn veiligheid. De kans bestaat dat ze je achteraf opzoeken. Laatst ging ik bijvoorbeeld met een groep van dertig mensen naar Utrecht. Daar wilden studenten demonstreren tegen een debat met Thierry Baudet, en online riepen neonazi’s op om de studenten aan te vallen. Wij gingen erheen om ze te versterken – dan draag ik gezichtsbedekking. Uiteindelijk kwam het niet tot een confrontatie omdat de politie ertussen kwam.
In 2021 heb ik met een klein groepje Mokum tegen Fascisme opgericht. Het idee was om een brede coalitie te creëren, inclusief meer gematigd links. Dat bleek best lastig. Activisten zoals ik hebben de neiging om héél snel mensen over te willen halen tot radicalere acties zoals een bezetting, of gemaskerd tegenover extreemrechts staan. Gematigd links vond ons daarom eng, ze hadden het idee dat het ons om geweld ging. Maar we willen juist dat de buurvrouw met kinderen ook mee durft te doen. We hebben de massa nodig. Het geluid tegen fascisme en extreemrechts kan niet alleen uit radicaal links komen, de hele samenleving moet een grens trekken.
‘WE VRAGEN WAT MENSEN IN AZC’S NODIG HEBBEN EN BRENGEN DAT LANGS’
Daarom organiseren we ook rustige acties, zoals een alternatieve herdenking van de Februaristaking, en de tegendemonstratie tijdens het anti-migratieprotest in Amsterdam afgelopen oktober. Die was georganiseerd door verschillende actiegroepen, van krakers en antifascisten tot Extinction Rebellion en Kracht van Mokum. Dit keer lukte het wél om samen te werken en constructieve discussies te voeren. Uiteindelijk stonden we met zo’n 1500 mensen op wat verder weg van het anti-migratieprotest, zodat het niet tot confrontaties kwam. Sommige mensen protesteerden voor het eerst, er waren zelfs veel ouderen, dat was fantastisch.
Verder ga ik met een aantal anderen bij azc’s langs om te vragen wat mensen nodig hebben; dat brengen we dan langs. De tegendemonstraties van anti-azc protesten zijn vaak lokaal georganiseerd, maar we staan hen ook bij als er grotere extreemrechtse clubs op afkomen.
Van de milde reacties in media en politiek schrik ik het meest. Als je twintig jaar geleden met Prinsenvlaggen en nazileuzen door Amsterdam had gemarcheerd, was er volgens mij veel meer verontwaardiging geweest. Nu wordt een motie aangenomen om antifa als terroristische organisatie te bestempelen. Als we acties tegen fascisme gaan verbieden, zijn we echt helemaal de weg kwijt.
‘Ik mis de cultuur van samen iets organiseren in Nederland’
Bo Salomons (30) is vakbondjurist, publicist en actief voor onder meer de Bond Precaire Woonvormen, Wij Reizen Samen en antifascistische actiegroepen.
De afgelopen jaren zie je de opkomst bij demonstraties groeien. Dat komt denk ik doordat ook de middenklasse zich realiseert dat je alles kunt kwijtraken: huizen worden onbetaalbaar, het leven wordt duurder, de politiek gaat de verkeerde kant op. Zo ging het bij mij eerlijk gezegd ook. Ik studeerde rechten met het doel om verschil te maken. Toen geloofde ik in hervorming, nu geloof ik in systeemverandering. Gaandeweg werd ik radicaler. In 2017 ging ik naar mijn allereerste protest, de Women’s March, later werd ik lid van BIJ1 en zo ben ik in het linksactivisme gerold. Ik ben nu in meerdere lokale en landelijke actiegroepen actief.
Voor sommige linkse actiegroepen is antifascisme bijzaak, soms is het een hoofddoel. Zoals bij Geef Haat Geen Macht, dat zich richt op het weren van fascistische partijen in de politiek; of bij studenten die protesteren tegen de extreemrechtse Vrij Moedige Studentenpartij (VSP). Zelf vind ik het belangrijk om het woord ‘fascisme’ te gebruiken zodat we extreemrechts niet onderschatten. Maar als je middelbare scholen langsgaat om leerlingen uit te leggen wat extreemrechts is, dan is het niet handig om jezelf het ‘antifascistisch front’ te noemen.
Er is een heel spectrum aan wat antifascisme kan zijn. Fascisme ontstaat overal waar macht geconcentreerd raakt bij één persoon of groep. Dat kan in een land gebeuren, maar ook in een bedrijf of een organisatie. Dus elke plek waar mensen zich organiseren en tegenmacht creëren, kun je antifascisme noemen. Ook een vakbond of zelfs sommige vormen van vrijwilligerswerk. Ik ben zelf enorm geïnspireerd door het verzet tegen de immigratiedienst in de Verenigde Staten, waarin mensen via appgroepen elkaar waarschuwen en beschermen. Die cultuur van community organizing, zélf iets opzetten en organiseren, mis ik in Nederland. Veel mensen gaan wel voor een dagje demonstreren, maar vervolgens doen ze weer niks.
ZELF KIES IK ERVOOR OM TIJDENS HET ACTIEVOEREN NIET MEER ANONIEM TE BLIJVEN
Vaak is demonstreren niet de beste tactiek. Het kost veel tijd en moeite, en je laat er vooral mee zie dat je met veel bent. Het is geen eindpunt. Mailacties naar de overheid, bedrijven of universiteiten als je het niet eens bent met hun beleid, kunnen ook goed werken. Kennis verspreiden kan ook een vorm van activisme zijn. Zo hebben activisten voor Palestina uitgezocht hoe Nederland honden traint en exporteert voor het Israëlische leger; daar kunnen anderen weer tegen actievoeren. Zelf schrijf ik veel op BlueSky en op Doorbraak.eu over de geschiedenis van het fascisme en wetgeving. Ik houd ook internetconsultaties bij voor wetsvoorstellen die raken aan onze grondrechten. Dat kan mensen aansporen om zich in te lezen en misschien mee te doen aan zo’n consultatie. Als er héél veel negatieve reacties op een voorstel komen, geeft dat toch een signaal af.
Veel mensen denken bij antifascisme vooral aan black blocks van gemaskerde activisten 1, maar dat is slechts één uiting die door de media graag wordt gebruikt om een geheimzinnig beeld te schetsen. Daarom kies ik er zelf voor om niet meer anoniem te blijven. Als niemand zich herkenbaar voor antifascisme inzet, lijkt het alsof we iets te verbergen hebben. Dat is niet zo. Wel kan het belangrijk zijn om je te beschermen tegen werkgevers en de politie. Ik vrees dat de overheid een verbod op gezichtsbedekking gaat gebruiken om nog meer demonstranten te registreren. Bovendien brengt het risico’s mee om herkenbaar te zijn; ik kijk ook over mijn schouders omdat sommige extreemrechtse groepen weten wie ik ben. Anoniem demonstreren moet daarom kunnen, het is een grondrecht.
‘We willen laten zien dat rechtsextremisme niet zomaar wordt geslikt’
Reimer van Ruiten (63) is medeoprichter van Anti-Fascistische Actie (AFA) Fryslân en werkt daarnaast als operator in een snoepfabriek.
Het antifascisme zit er van nature in bij mij. Bij mij thuis werd altijd wel links gestemd, op één grootvader na die trouw op de VVD stemde. Verder was ik als jongen al heel geïnteresseerd in geschiedenis. Ik was afdelingsvoorzitter van de PvdA in Drachten, waar ik nog steeds woon, en was daarnaast een beetje betrokken bij AFA Nederland. In 2010, toen ik stopte in de politiek, heb ik met een paar mensen AFA Fryslân opgericht. De aanleiding was dat de PVV hier zo sterk opkwam. Van oorsprong is het noorden van Nederland behoorlijk links georiënteerd, vermoedelijk omdat er veel arbeiders in het gebied waren. Nog steeds stijgt de PVV hier minder hard dan op andere plekken, maar helaas zijn ze bij de laatste verkiezingen nét de grootste geworden in Friesland. Steden zoals Leeuwarden en Drachten zijn wel nog steeds rood gekleurd.
We hebben nu zo’n zeven vaste leden in de organisatie, maar ons netwerk van activisten in Friesland bestaat uit zo’n zestig à zeventig mensen. AFA wordt vooral gefinancierd door donaties. Daarnaast hebben we veel sympathisanten die online steun uiten. Na de verkiezingen in 2023 ontbrak het animo een tijdje. Mensen waren denk ik terneergeslagen en overweldigd, omdat een extreemrechtse partij de grootste was geworden. De laatste tijd zien we een andere tendens, het animo groeit weer. Dat is gebruikelijk: als fascisme groeit, zal antifascisme ook groeien.
WE VOEREN ACTIE TEGEN PVV EN FVD: GEEN FASCISTEN IN DE GEMEENTERADEN
Naast protesten en tegendemonstraties doen we ook veel aan stickeracties. Die stickers zijn op onze website te koop. Daarmee kun je natuurlijk geen fascisme verslaan, maar we doen alles om een tegengeluid te laten horen. Ook zijn we wel eens aanwezig bij bijeenkomsten over azc’s. Vorig jaar kregen we lucht dat de neonazi’s van Voorpost aanwezig zouden zijn bij een bijeenkomst rond een mogelijk azc in Kollum. Toen hebben we snel een groepje geformeerd om met één of twee spandoeken bij het gemeentehuis te staan. We willen vooral kenbaar maken dat er ook een antifascistisch geluid is, dat rechtsextremisme niet zomaar wordt geslikt.
Naast onze eigen acties doen we ook mee aan landelijke AFA-acties. Begin dit jaar waren we nog bij een tegendemonstratie tegen de NVU in Baarn; er stonden een paarhonderd antifascisten tegenover zo’n vijftig neonazi’s. En in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen zullen we actievoeren tegen partijen zoals PVV en FvD onder het motto ‘Geen fascisten in de gemeenteraden!’.
Extreemrechts doet geweldig hun best om AFA in een terroristisch daglicht te zetten. Er zullen vast mensen zijn die ons negatief bekijken, maar het valt mee: in Friesland hebben we volgens mij totaal niet de naam van een agressor. We zijn altijd geweldloos, maar begrijp me goed: antifascisme is wel weerbaar. AFA is oorspronkelijk ontstaan in de jaren 30 in nazi-Duitsland, toen waren er natuurlijk serieuze gevechten. Elke groep maakt daarin zijn eigen keuzes, maar het idee onder antifascisten is: we zijn weerbaar, maar nooit de agressor.





